Zoals elders al gezegd bevatte de inventaris lijst zo'n 822 titelbeschrijvingen. De lijst werd in Warmond uitgetikt door seminariestudenten en vermoedelijk in meerdere exemplaren (carbonpapier?). Één van die exemplaren zit in het parochiearchief van Stompwijk. In de llop der tijd zijn er ook nog enkele kopieën gemaakt; het is zo'n kopie die wij hier gebruiken. Aan de uitgetikte lijst lag een schriftje ten grondslag met de index van de aanwezige boeken. Dit schriftje wordt nu bewaard in de bibliotheek van het Catharijneconvent. Behalve summiere titelgegevens werd ook bij iedere titel een kast- en planknummer opgenomen.
Een van de kopieën van de uitgetikte inventaris bevind zich in een dossier dat in de jaren tachtig en negentig werd aangelegd en dat een zestigtal stukken bevat. Die stukken vormen een weerslag van de -uiteindelijk vergeefse- zoektocht naar de precieze bewaarplaatsen van de 'Stompwijkse' boeken. In de uitgetikte inventaris is -waarschijnlijk na gedegen overleg in de jaren dertig van de vorige eeuw- met een pen/potlood aangegeven waar de boeken naar toegingen. Men gebruikte vier afkortingen, H, W, E en * (Bisschoppelijk Museum Haarlem, Bibliotheek grootseminarie Warmond, Kloosteribliotheek te Egmond en een reeks titelbeschrijvingen die toch geen bestemming kregen).
Boektitels kregen een of twee regels ruimte voor de beschrijving. Altijd werd eerste de auteur genoemd dan een zeer summiere titel en aan het eind een plaats en jaar van uitgave. Niet altijd wordt ook nog het aantal delen genoemd. Bij iedere auteur is dus later met de hand een letter toegevoegd, behalve daar waar de auteur ontbreekt. Dat kan zijn omdat de auteur niet bekend is of omdat het volgende werk in de lijst dezelfde auteur heeft. Wij gaan er van uit dat het laatste toegekende symbool ook gold voor de titels die geen lettersymbool hebben gekregen. Laat ik om een en ander te verduidelijken een voorbeeld geven. In de inventaris staat op p. 16 (zie plaatje boven) het volgende boek op één regel genoemd:
H Petr. Nannius, Vuolfgangas Musculus Athenasii M. opera. Basilaeae 1564.
Deze titel is te lezen als: "Dit is een boek gedrukt in Basel in 1564 en door twee auteurs geschreven, Nannius en Musculus, met de titel Athenasii M. opera en bevind zich in Haarlem.
De inventaristitel betreft het boek met nu de volledige titel:
Athanasii Magni Alexandrini Episcopi, Graviss. scriptoris, et sanctiss. Martyris, opera in qvatuor Tomos distributa: quorum tres sunt a Petro Nannio Alcmariano, ad Græcorum exemplarium fidem iam primum conuersi exceptis paucis antehac imperfectis ab eo denuo plenius [et] Latinius redditis: Qvartus, Latina multorum interpretatione fere totus seorsim emissus, nunc in unum digestus [et] concinnatus. Accessit his qvorvndam locorvm ex vetvsto emplari Græco, fidelis correctio atque completio. Index sub finem additus / Athanasius, Petrus Nannius, Wolfgangus Musculus, Valentinus Ampelander en Desiderius Erasmus. - Episcopius, Basel. -1564.
Deze titel is een mooi voorbeeld van de problemen die men ondervindt bij het op zoek gaan aan de hand van de inventaris naar een meer volledige titelbeschrijving. We zien tikfouten gemaakt in Warmond (Athenasii voor Athanasii), eigenaardigheden in de spelling (u voor v en andersom) en algemene terminologie (het begrip opera, dit betekent verzamelde werken, voor een meer volledige beschrijving die tientallen woorden lang kan zijn).
In de inventaris treffen wij ook zeer algemene, zogenaamde, koepeltitels aan. Dit zijn beschrijvingen die betrekking hebben op titels die op grond van inhoud bij elkaar horen. Een aantal keer lezen wij "JANSENISTICA" met een aantal exemplaren genoemd. En één keer lezen wij "THESES LOVANIENSES". Het gaat hier over boekwerken/boekwerkjes of pamfletten met een veronderstelde jansenistische* inhoud. Daar zullen wij elders nader op ingaan. De "THESES LOVANIENSES" heeft betrekking op een reeks dissertaties of proefschriften die verdedigd werden aan de universiteit van Leuven. De vraag is natuurlijk waarom dit type enerzijds 'gevoelige' titels en anderzijds zeer gespecialiseerde publicaties ooit zijn opgenomen in de parochiebibliotheek?
Nu wil het toeval dat deze titels in 1937 terecht zijn gekomen in Haarlem en later dus in Utrecht, in het Catharijneconvent. En aldaar heeft men die 'koepels' weer uit elkaar getrokken en van ieder werk een aparte beschrijving gemaakt. En zo kunnen wij dus die titelbeschrijvingen weer toevoegen aan de Stompwijkse bibliotheek. En nu kunnen we dus ook proberen vast te stellen of wij inderdaad met jansenistica* te doen hebben. Nader onderzoek moet namelijk uitwijzen of de werken pro of anti zijn. En ook interessant, wie die boekwerkjes heeft aangeschaft voor de bibliotheek?