In 1936/37 besloot toenmalig pastoor Floor de Stompwijkse parochiebibliotheek op te heffen. Het is niet precies bekend waarom hij eigenlijk toen tot de conclusie kwam om de bibliotheek op te heffen, een bibliotheek die naar alle waarschijnlijkheid is ontstaan in het begin van de achttiende eeuw. ..althans dat is wat er zoal wordt beweerd, maar daarover elders meer. Ongetwijfeld wist hij dat de collectie een erg interessante collectie moest zijn. Al grasduinend -uit nieuwsgierigheid?, om zijn werk goed te kunnen doen?- moet hij hebben gezien dat de bibliotheek een waardevolle bibliotheek moest zijn. Al was het alleen maar omdat nogal wat boeken een respectabele ouderdom hadden (enkele boeken zelfs gedrukt in het begin van de zestiende eeuw, zogenaamde post-incunabelen).
Maar de bibliotheek was toch vooral een verzameling met boeken die belangrijk was vanuit een wetenschappelijk standpunt. Het grootste deel van de boeken was voor de gewone man ontoegankelijk, want in het deftige Latijn geschreven of wel heel erg specialistisch van inhoud, misschien zelfs ook voor de gemiddelde pastoor. We hebben het hier natuurlijk over theologische werken in het Latijn geschreven door geleerde theologen uit de zestiende-, zeventiende- en achttiende eeuw. Ook tekstedities van oude kerkvaders waren behoorlijk goed vertegenwoordigd, zelfs de werken van de Syrische kerkvader Efrem, in vertaling weliswaar, waren opgenomen. Maar afgezien hiervan zal pastoor Floor zich ook zorgen hebben gemaakt over de waarde die al die boeken hadden, denk maar aan het verzekeren van al die oude en kostbare boekwerken. En wellicht was hij niet deskundig genoeg met betrekking tot goed beheer van een bibliotheek, want hij was immers geen bibliothecaris. Bij enkele bewaard gebleven boeken is namelijk later vraatschade vastgesteld. Wat ligt er dan meer voor de hand om die collectie van de hand te doen; daar onder te brengen waar zij in studie en bij instructie nog een belangrijke rol zouden kunnen spelen? En nog keurig beheerd worden ook.
Het is niet bekend hoe en waarom pastoor Floor de kennis en inzet van het grootseminarie in Warmond heeft gezocht, en gekregen. Maar het was wel voor de handliggend. In Warmond bevond zich een uitgebreide bibliotheek en dus ook de kennis en expertise om om te gaan met oude theologische werken. In Warmond bezat men zelfs een behoorlijk aantal wiegedrukken, zoals we kunnen lezen in een catalogus bij een tentoonstelling van die werken door Mw. Wüsteburg. En bovendien Warmond was niet ver weg. Sterker, pastoor Floor's familie woonde op een steenworp afstand van dat seminarie, namelijk in Voorhout.
In Warmond bleek men dus bereid hand en span diensten te verlenen bij het opmaken van een lijst met titels die bestemd waren voor verwijdering uit de bibliotheek. Niet bekend is of men ook in Warmond een belangrijke stem had bij het verdelen van die werken over de drie 'ontvangende' bibliotheken. Uit de lijst, de inventaris met 822 titelsbeschrijvingen, kunnen wij opmaken waar de boeken naar toe gingen: 37% naar Warmond, 37% naar Haarlem en 18% naar Egmond, uiteindelijk kreeg 8% van de titels op de lijst geen bestemming. Die boeken bleven dus kennelijk achter in Stompwijk, maar bovendien hebben wij niet de zekerheid of ook werkelijk alle aanwezige boeken in de inventaris zijn opgenomen geweest. Hoewel de inventaris zo'n 822 beschrijvingen bevat zullen we bij de meer gedetailleerde bespreking van die inventaris zien dat het werkelijk aantal titels uiteindelijk ruim 200 hoger ligt, dit is 1033 beschrijvingen.
In 1937 raakte de bibliotheek dus verdeeld over drie bibliotheken. Nog geen 50 jaar later lagen de kaarten toch weer heel anders. Het bisschoppelijk museum verdween en de boeken van daar werden ondergebracht in de bibliotheek van het Catharijneconvent in Utrecht, De boeken uit het opgeheven seminarie in Warmond gingen decennia lang op zwerftocht en kwamen deels terecht in de universiteitsbibliotheek van Maastricht, alleen de boeken in Egmond bleven daar. Het weer verder verspreid raken van de boeken uit Stompwijk was in de jaren tachtig van de vorige eeuw aanlelding om op zoek te gaan naar de verblijfplaatsen van de boeken. Die speurtocht verliep moeizaam en werd uiteindelijk gestaakt. Het is hier dat wij de draad weer oppakken, maar nu kunnen we gebruik maken van het Internet! Voor het zoeken en presenteren.